Het wetsvoorstel voert een aantal (vooralsnog tijdelijke) wijzigingen door in de regeling die ziet op turboliquidatie (ex art. 2:19 lid 4 BW). Het wetsvoorstel is ingegeven door de COVID-19 pandemie (de coronacrisis). Het is namelijk de verwachting dat een groot aantal ondernemers, mede gezien de economische gevolgen van de crisis, overwegen om hun bedrijf te beëindigen door middel van een turboliquidatie. En dat brengt tevens een toename van het risico van misbruik van deze regeling met zich mee. Voor een uitvoerige beschouwing van het fenomeen turboliquidatie verwijs ik naar een eerdere publicatie van mijn hand. Daarbij ga ik ook in op de positie van schuldeisers van een turbogeliquideerde vennootschap.

Fraudebestrijding

Met de voorgestelde (tijdelijke) aanpassingen wordt beoogd de positie van schuldeisers beter te beschermen. De Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel merkt op dit punt het volgende op:

Dit wetsvoorstel beoogt de transparantie van de regeling te vergroten, de rechtsbescherming van schuldeisers te verbeteren en misbruik ervan effectiever te bestrijden. Hierdoor zal bovendien het vertrouwen in de beëindigingswijze worden vergroot, waardoor de regeling toegankelijker wordt voor ondernemingen en het gebruik daarvan wordt gefaciliteerd. Met een gecontroleerde beëindiging van rechtspersonen via deze weg kan worden voorkomen dat schulden oplopen en een faillissement onafwendbaar wordt. De voorgestelde regeling zorgt ervoor dat ondernemers, als de economische gevolgen van de COVID-19 pandemie straks zijn bedwongen, zowel privé als zakelijk verder kunnen.

Maatregelen (wijzigingen)

Het wetsvoorstel (voorontwerp) omvat daartoe twee maatregelen. In de eerste plaats komt er een verplichting voor het bestuur om financiële verantwoording af te leggen. Daarnaast krijgt het openbaar ministerie de mogelijkheid om de rechtbank in bepaalde gevallen te verzoeken om de (gewezen) bestuurder een bestuursverbod op te leggen.

Binnen tien werkdagen na ontbinding van de rechtspersoon (de turboliquidatie) deponeert het bestuur bij het handelsregister van de kvk de volgende stukken:

  1. Een balans en een staat van baten en lasten over het boekjaar waarin de rechtspersoon is ontbonden;
  2. Een schriftelijke opgave van redenen voor het ontbreken van baten en – voor zover van toepassing – het onbetaald laten van de schulden;
  3. Een slotuitdelingslijst (als voorafgaand aan de ontbinding schuldeisers zijn voldaan; en,
  4. de jaarrekening over eerdere boekjaren voor zover die nog niet werden gepubliceerd.

Daarnaast dient het bestuur de eventuele schuldeisers direct op de hoogte te brengen van de deponeringen.

Indien een bestuurder deze verplichtingen niet naleeft, een bestuurder schuldeisers (doelbewust) benadeelt of tenminste tweemaal eerder betrokken was bij een turboliquidatie waarbij schuldeisers onbetaald zijn gebleven, dan kan het openbaar ministerie de oplegging van een civielrechtelijk bestuursverbod vorderen. Niet naleving van voornoemde deponeringsverplichtingen levert bovendien een economisch delict op en is dus strafbaar.

Tijdelijke regeling

De voorgestelde maatregelen zijn vooralsnog van tijdelijke aard en gelden in principe voor de duur van twee jaar. Het voorontwerp voorziet wel in de mogelijkheid om de regeling te verlengen, mocht het wenselijk zijn om de maatregelen structureel in te voeren. Als het meezit zou de wet eind 2021 in werking kunnen treden.

Tot slot

Uit verschillende hoeken is inmiddels geadviseerd over het voorontwerp. De teneur van die adviezen is dat men weliswaar positief tegenover de invoering van het wetsvoorstel staat, maar ook dat het wetsvoorstel (op onderdelen) niet ver genoeg gaat. Daarnaast wordt geadviseerd om de regeling een permanent karakter te geven.

Hebt u vragen over turboliquidatie? Neem dat contact met ons op.

Maarten Blommaert