Vannacht had ik een warrige droom. Ik stond in de rechtszaal in Urk. Een journalist had een kerkganger in kort geding gedagvaard. De kerkganger had zijn bril kapot geslagen en onderarm afgerukt. De onderarm had de journalist als bewijs meegenomen op de zitting. De arm bewoog nog. De bril niet meer.

De journalist

In mijn droom was ik eerst de advocaat van de journalist. “Mijn cliënt heeft alleen maar gebruik gemaakt van zijn grondrecht van vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM en artikel 7 Grondwet). Bovendien heeft hij de code voor de journalistiek in acht genomen. De coronamaatregelen van de overheid laten wel 30 mensen in een gesloten ruimte toe voor geloofsbelijdenis maar niet voor een familiefeest. Mijn cliënt heeft de kerkganger alleen gevraagd of hij dit niet strijdig acht met artikel 1 Grondwet. Daarmee handelde hij volgens de code, namelijk onafhankelijk en waarheidsgetrouw. Als dan zijn bril wordt vernield en arm wordt afgerukt is dat onrechtmatig en moet de schade vergoed worden. Bovendien is er spoed vereist bij het aannaaien van de arm. Dus heeft mijn cliënt belang bij een kort geding. Tot slot edelachtbare: vergeet niet de kerkganger in de proceskosten te veroordelen!”

De kerkganger

Zoals dat in dromen kan gaan was ik daarna ineens de bevlogen advocaat van de kerkganger. “Ja, er is wel persvrijheid. Maar het gedrag van de journalist is toch onrechtmatig als het recht op privacy en de eer en goede naam wordt aangetast. Dat is hier aan de hand. Het Gerechtshof Den Haag heeft recentelijk geoordeeld dat de coronamaatregelen gerechtvaardigd zijn op grond van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Wat wil deze journalist dan nog? Bovendien, in hun code staat ook dat de journalist geen incidenten uitlokt met de bedoeling om nieuws te creëren of om misstanden te illustreren. Kijkt u eens op deze filmopname hoe deze journalist keer op keer mijn cliënt de microfoon in zijn neus duwt en hem provoceert. Dan is de handelwijze van de kerkganger niet onrechtmatig. Maar zelfs als dat wel zo zou zijn heeft de journalist eigen schuld en moet hij die schade maar zelf dragen. Deze regel staat ook in de bijbel: ‘Oog om oog, en tand om tand’ (Mattheüs 5:38). Ook Gert-Jan Segers heeft gezegd “weinig intellectueel respect op te brengen voor mensen die in misdragingen van Gods grondpersoneel, bewijs zien van de juistheid van hun eigen ongeloof”. Tot slot: dat aannaaien van de arm is niet spoedeisend. Die doet het nog wel even. Dus er is geen ruimte voor een kort geding.“

De rechter

Gelukkig was er in mijn droom ook nog ruimte voor mr. Frank Visser. Niet gehinderd door narcisme en exhibitionisme sprak ik mijn vonnis uit. “De grondrechtelijke vrijheden van de journalist en die van de kerkganger conflicteren. Daarmee komt het aan op een belangenafweging. Ook Gert-Jan Segers vindt dat, want hij heeft nog wel meer gezegd. De journalist is met zijn manier van vragen stellen over de schreef gegaan. Als dan zijn bril van de neus wordt geslagen is dat een passende actie en gerechtvaardigd. Het afrukken van de onderarm ging dan weer net te ver. Ook is voor het aannaaien ervan spoed geboden en dus acht ik die vordering ook in kort geding toewijsbaar. Omdat beide partijen boter op hun hoofd hebben, compenseer ik de kosten; dus geen veroordeling in de proceskosten. Dat is ‘oog om oog en tand om tand’. Daar zult u het mee moeten doen.”

Ruziënde katten

Net op dat moment werd ik wakker door twee ruziënde katten in onze slaapkamer. Verdorie, dacht ik: ‘Als die twee elkaar nu gewoon eens wat ruimte gunden en wederzijds respect zouden tonen, zouden ze het samen veel gezelliger hebben’.