Je hebt een onbetwiste vordering op een debiteur, op het moment dat je aandringt op betaling, blijkt dat deze debiteur zich heeft laten ontbinden en uitschrijven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. In deze blog ga ik kort in op de rechtsmaatregelen welke de achterblijvende schuldeiser dan nog ten dienste staan.

Een besloten vennootschap kan zich laten ontbinden en uitschrijven uit de Kamer van Koophandel omdat er geen bekende baten meer aanwezig zijn. De oud-bestuurder wordt aangewezen tot bewaarder van de boeken en bescheiden en er wordt geen slotbalans gedeponeerd. Deze ontbinding en uitschrijving wordt ook wel “turboliquidatie” genoemd. Als achterblijvende schuldeiser van de ontbonden vennootschap kan tegen de turboliquidatie zelf vaak niet veel worden gedaan. Enkele acties zijn mogelijk:

  1. een verzoek tot heropening van de vereffening;
  2. het aanvragen van het faillissement van de ontbonden vennootschap;
  3. de mogelijkheid om de bestuurder op grond van artikel 6:162 BW persoonlijk aansprakelijk te stellen.

1. Verzoek tot heropening van de vereffening

Ingevolge artikel 2:23c lid 1 BW kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende (schuldeiser) de vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen. Door u als schuldeiser dient dan wel te worden aangetoond dat u voldoende belang heeft bij de heropening. Aangetoond moet worden dat er een niet vereffende bate is, dan wel dat er een liquidatiesaldo is uitgekeerd dat kan worden teruggevorderd. In veel gevallen is er geen sprake van een (nagekomen) bate. Er is vaak geen slotbalans bekend waardoor niet kan worden gecontroleerd of er nog een bate resteert. In veel gevallen zullen er dan ook niet voldoende omstandigheden zijn op grond waarvan kan worden aangetoond dat er een voldoende belang bestaat bij heropening.

2. Het aanvragen van het faillissement van de ontbonden vennootschap

Volgens vaste jurisprudentie kan een ontbonden rechtspersoon ook herleven in de procedure tot faillietverklaring. Een faillietverklaring van een besloten vennootschap in liquidatie kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een potentiële bate, van een tijdens de aanvraag bestaand vorderingsrecht van de aanvragende schuldeiser èn van het bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de ontbonden vennootschap verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen (pluraliteit van schuldeisers).

Voor het aanvragen van het faillissement van de ontbonden vennootschap is dus onder meer vereist dat er sprake is van meerdere schulden/schuldeisers. Het summierlijk aantonen van een potentiële bate is ook in dit geval een vaak lastig te nemen “hobbel”.

3. De mogelijkheid om de bestuurder op grond van artikel 6:162 BW persoonlijk aansprakelijk te stellen

Het persoonlijk aansprakelijk stellen van de bestuurder van de turbogeliquideerde vennootschap op grond van artikel 6:162 BW is eveneens een optie die onderzocht kan worden. Als uitgangspunt zal hebben te gelden dat indien een vennootschap tekort schiet in de nakoming van de verbintenis, alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Enkel onder bijzondere omstandigheden is het mogelijk, naast de aansprakelijkheid van de vennootschap, ook de bestuurder van de vennootschap aansprakelijk te houden. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Persoonlijke aansprakelijkheid zou aan de orde kunnen zijn indien gesteld kan worden dat de bestuurder bij het aangaan van de overeenkomst reeds wist, of redelijkerwijs behoorde te weten, dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden (de zogenaamde “Beklamel” norm).

Het enkel ontbinden van een vennootschap op grond van artikel 2:19 lid 4 BW en de wetenschap dat de vennootschap nog één of meer schuldeisers heeft ‘an sich’, is niet (per sé) onrechtmatig, zo blijkt uit de (lagere) rechtspraak. Een persoonlijk ernstig verwijt kan mogelijk worden aangenomen indien gesteld en bewezen kan worden dat er nog baten aanwezig waren en dat u als schuldeiser betaald zou zijn indien deze baten zouden zijn vereffend.

Aan een schuldeiser van een turbogeliquideerde vennootschap staan vaak maar weinig echt kansrijke mogelijkheden ten dienste om een openstaande vordering alsnog betaald te krijgen. Het is in de praktijk niet eenvoudig na te gaan of vereffening van de ontbonden vennootschap terecht achterwege is gebleven, terwijl daarnaast de mogelijkheden om een bestuurder aansprakelijk te stellen beperkt zijn. In sommige gevallen zijn er wel degelijk mogelijkheden. Ik verwijs daarvoor tevens naar de eerdere publicaties van mijn kantoorgenoten mr. Frank Linders en mr. Maarten Blommaert over dit onderwerp.

Indien u meer over dit onderwerp wilt weten, neem dan gerust contact op.

Martijn Versantvoort