Op 14 april heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, bepaald dat belanghebbenden die geen zienswijze naar voren hebben gebracht tegen omgevingsrechtelijke besluiten toch beroep in kunnen stellen bij de bestuursrechter. Wat betekent deze verruiming van het recht op beroep?

Wettelijke beperking van het recht van beroep bij de bestuursrechter

Op grond van artikel 6:13 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende geen beroep instellen bij de bestuursrechter als hem redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijze naar voren heeft gebracht tegen een besluit. De beperking van het recht om beroep in te stellen wordt ook wel de ‘personenfuik’ of ‘personentrechter’ genoemd. Het gaat in dit geval om besluiten die met de zogenaamde uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zijn voorbereid. Er kan bijvoorbeeld tegen de vaststelling van een bestemmingsplan in beginsel geen beroep ingesteld worden door degene die niet tijdig tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze naar voren heeft gebracht. Of denk aan een omgevingsvergunning die met de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure is voorbereid.

Het Verdrag van Aarhus

Artikel 6:13 Awb is volgens de Afdeling bestuursrechtspraak in strijd met het Verdrag van Aarhus. In dit verdrag, aangenomen in de Deense stad Aarhus, is het recht geregeld om tegen besluiten over milieuaangelegenheden op te komen bij de rechter. Die besluiten worden ook wel ‘Aarhusbesluiten’ genoemd. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest ‘Stichting Varkens in Nood’ van 14 januari bepaald dat het recht om beroep in te stellen tegen Aarhusbesluiten niet afhankelijk gesteld mag worden van het indienen van een zienswijze. Aarhusbesluiten gaan over milieuaangelegenheden. Omdat het moeilijk is om vooraf vast te stellen welke besluiten Aarhusbesluiten zijn heeft de Afdeling bestuursrechtspraak overwogen dat daar alle omgevingsrechtelijke besluiten onder vallen.

Wijziging van artikel 6:13 Awb noodzakelijk

Op grond van het arrest van het Hof van Justitie inzake ‘Stichting Varkens in Nood’ overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak dat een wijziging van artikel 6:13 Awb noodzakelijk is. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak is het niet gemakkelijk om vooraf vast te stellen wanneer er sprake is van een Aarhusbesluit. In de praktijk zal de vraag of er sprake is van een Aarhusbesluit een inhoudelijke en soms zeer gecompliceerde beoordeling vergen. Daarom is afbakening van situaties waarin artikel 6:13 Awb niet aan een belanghebbende mag worden tegengeworpen voor de rechtspraktijk onwerkbaar. Zolang de wet niet gewijzigd is moet volgens de Afdeling bestuursrechtspraak worden voorzien in een oplossing. Dat houdt in dat een belanghebbende bij de bestuursrechter beroep in kan stellen tegen alle omgevingsrechtelijke besluiten die met een uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zijn voorbereid op beroep.

Beroep mogelijk tegen alle onderdelen van een besluit

Een belanghebbende mag alleen in beroep komen tegen onderdelen van een besluit waartegen hij een zienswijze naar voren heeft gebracht. Dat wordt ook wel de ‘onderdelenfuik’ of ‘onderdelentrechter’ genoemd. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat zolang de wet niet gewijzigd is, de onderdelenfuik bij omgevingsrechtelijke besluiten niet wordt toegepast.

Omgevingsrechtelijke besluiten

Als omgevingsrechtelijke besluiten beschouwt de Afdeling bestuursrechtspraak besluiten op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening, de Traceewet, de Wet geluidhinder, de Wet natuurbescherming, de Ontgrondingenwet, de Waterwet, de Wet bodembescherming, de Wet luchtvaart, de Mijnbouwwet, de Kernenergiewet, de Wet inzake luchtverontreiniging, de Wet bescherming Antarctica en andere wetten en regelingen op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening.

Voor- en nadelen

Het buiten toepassing laten van de personen- en onderdelenfuiken heeft zowel voordelen als nadelen. Voor belanghebbenden die bezwaren hebben tegen omgevingsrechtelijke besluiten die voorbereid zijn met de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure wordt de toegang tot de bestuursrechter verruimd. Als zij geen zienswijze naar voren hebben gebracht kunnen zij bij de bestuursrechter nog tegen alle onderdelen van het besluit beroep instellen.

Daartegenover staat het nadeel voor ontwikkelaars en aanvragers van vergunningen dat er altijd nog beroep kan worden ingesteld ook al zijn tijdens de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure geen zienswijzen naar voren gebracht. Zij zullen daarom nog meer bedacht moeten zijn op een grondige voorbereiding van hun aanvraag, omdat herstelmogelijkheden die een bestuursorgaan tijdens de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure heeft minder tot haar recht komen als een belanghebbende nalaat om een zienswijze in te dienen. Dat wil niet zeggen dat er in beroep bij de bestuursrechter geen herstelmogelijkheden bestaan, maar die zijn wel beperkter.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op.

- Marcel Smets