Als gevolg van uitspraken van ons hoogste rechtscollege (de Hoge Raad) kan een werknemer financieel aardig in de knel komen indien zijn werkgever (de vof) failliet gaat. Dat is een actueel probleem nu veel bedrijven die het als gevolg van corona moeilijk hebben, denk aan de horeca, die rechtsvorm hebben.

Wat is nu eigenlijk een vof?

Een vof is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een B.V., geen rechtspersoon. Dat betekent dat een vof niet zelfstandig rechten en plichten kan hebben. Het is ‘slechts’ een samenwerkingsverband waarbij onder een gemeenschappelijke naam een bedrijf wordt gevoerd. Een klassiek voorbeeld is de man-vrouw firma. Denk aan menig ambachtelijk bedrijf (bakker, slager etc.) maar ook aan de meeste cafés en restaurants. Een vof kan wel weer op eigen naam in rechte optreden en kan ook zelf failliet worden verklaard.

Bij een vof is juridisch sprake van een afgescheiden vermogen van de privévermogens van de vennoten. Op dat afgescheiden vermogen kunnen schulden van de vof worden verhaald. Als dit afgescheiden vermogen ontoereikend is komen de schuldeisers terecht bij de afzonderlijke vennoten. Afgezien van mogelijk fiscale motieven, levert een vof niet veel voordeel op. De vennoten blijven immers aansprakelijk met hun gehele privévermogen. 

Dit laatste volgt uit het Wetboek van Koophandel: de vennoten zijn ieder voor de gehele schuld van de vof aansprakelijk. Dat heet hoofdelijkheid. Een schuldeiser van een vof kan zich voor een vordering op de vof dan ook zowel op het vermogen van de vof als op het vermogen van alle afzonderlijke vennoten, voor het gehele bedrag van de vordering, verhalen.

In dienst van een vof betekent dus in dienst van het afgescheiden vermogen?

Nee. Bij een afgescheiden vermogen kun je niet in dienst zijn. De Hoge Raad heeft daarom op 19 april 2019 geoordeeld dat een arbeidsovereenkomst met een vof dient te worden beschouwd als een arbeidsovereenkomst met de gezamenlijke vennoten. De gezamenlijke vennoten zijn dus werkgever, ondanks dat in de arbeidsovereenkomst wellicht alleen de vof als werkgever wordt genoemd.

Faillissement van een vof tevens faillissement van de vennoten?

Nee. Dat was ‘vroeger’ het geval en nog steeds denken velen, ten onrechte, dat dat nog steeds zo is. Als een rechtbank het faillissement van een vof uitsprak, bracht dat toen ‘noodzakelijkerwijs’ ook het faillissement van alle vennoten met zich mee.

Op 6 februari 2015 is de Hoge Raad daarop teruggekomen. Dat hoeft dus niet meer per definitie. Het kan nog wel, bijvoorbeeld indien de vennoten het faillissement ‘over zich heen laten komen’, maar het gebeurt tegenwoordig veel meer dat aangifte van eigen faillissement door alleen de vof wordt gedaan of dat de vennoten, als ook hun privéfaillissement is aangevraagd, tijdig toelating verzoeken tot de schuldsaneringsregeling. Dit laatste wordt dan eerst behandeld. Het kan echter geruime tijd duren voordat daarop is beslist. Eerst moet immers een minnelijk traject worden doorlopen. In feite is dan sprake van een soort van niemandsland. Ik noem dat maar een leemte in de wet waar de wetgever, naar ik hoop, spoedig een oplossing voor zal geven.

Consequentie van deze leemte in de wet

De werknemer die ‘in dienst van de vof’ meent te zijn komt bedrogen uit als alleen de vof failliet wordt verklaard. Het bedrijf van de vof is er namelijk niet meer en de vennoten (lees: werkgevers) kunnen vrijwel zeker het salaris niet meer doorbetalen. Omdat, zoals ik zojuist schreef, de formele werkgevers (de vennoten) niet failliet zijn kan de werknemer in een dergelijk geval geen beroep doen op de loongarantieregeling van het UWV. Dat kan alleen als de vennoten zelf ook failliet zijn of als zij zijn toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Dit alles kan forse financiële consequenties hebben voor de werknemer(s). Dit zowel voor de bestaande loonverplichtingen (niet zelden enkele maanden achterstand over de periode voorafgaand aan het faillissement van de vof), als ten aanzien van de integrale loonverplichtingen die het UWV normaliter op zich neemt na de uitspraak van het faillissement (opzegtermijn van maximaal 6 weken). Op dit alles kan  geen aanspraak worden gemaakt als alleen de vof failleert.

Op tijd juridisch advies inwinnen

Keizers Advocaten kan geen ijzer met handen breken maar kan als gespecialiseerd kantoor op de hiervoor ter sprake gebrachte rechtsgebieden zowel de werkgever als de werknemer behoeden voor ongewenste neveneffecten.

Dit blog is niet aan te merken als een (gratis) advies en niemand kan hieraan enig recht ontlenen.

Guido Sanders