Samenvatting

Burgemeester en Wethouders bevelen een bewoner om de illegale permanente bewoning van zijn vakantiewoning te beëindigen. De coronacrisis en de afgekondigde maatregelen geven de Voorzieningenrechter aanleiding om het besluit van Burgemeester en Wethouders te schorsen. Op grond van de gegeven omstandigheden kan van de bewoner redelijkerwijs niet gevergd worden om binnen korte termijn te verhuizen naar een andere woning. Dat staat in een uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant van 22 april 2020.

De zaak

Op een recreatiepark staat een vakantiewoning. De vakantiewoning wordt door de bewoner permanent bewoond. Hij staat in de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres van de vakantiewoning.

Volgens het bestemmingsplan mag de vakantiewoning alleen gebruikt worden voor recreatieve doeleinden. Omdat permanente bewoning van de vakantiewoning in strijd is met het bestemmingsplan, bevelen Burgemeester en Wethouders eind oktober 2019 de bewoner om de permanente bewoning uiterlijk op 1 maart 2020 te staken. De termijn waarbinnen de overtreding beëindigd moet worden, wordt ook wel de begunstigingstermijn genoemd. Als de bewoner de overtreding niet binnen de begunstigingstermijn beëindigt, moet hij aan de gemeente een dwangsom betalen van    € 2.500,00 per week, met een maximum van € 25.000,00, voor elke week dat de bewoner na 1 maart 2020 in de vakantiewoning blijft wonen. De bewoner heeft tegen het dwangsombesluit van Burgemeester en Wethouders een bezwaarschrift ingediend en hij heeft aan de Voorzieningenrechter gevraagd om het dwangsombesluit te schorsen.

Wat vindt de Voorzieningenrechter?

Het permanent bewonen van de vakantiewoning is volgens de Voorzieningenrechter in strijd met het bestemmingsplan. Verder is de Voorzieningenrechter van mening dat er geen zicht bestaat op legalisering. Er ligt namelijk geen ontwerpbestemmingsplan ter inzage waarin permanente bewoning van de vakantiewoning toegestaan is. Burgemeester en Wethouders hebben de aanvraag van de bewoner om het permanente gebruik toe te staan in januari 2020 afgewezen. Daartegen heeft de bewoner geen bezwaar gemaakt. De bewoner woont al enkele jaren in de woning, maar dat is volgens de Voorzieningenrechter geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan Burgemeester en Wethouders af hadden moeten zien van handhavend optreden. Aan de jarenlange bewoning van de vakantiewoning kan de bewoner ook geen verwachtingen ontlenen. Daarbij komt dat Burgemeester en Wethouders niet alleen tegen de bewoner optreden, maar ook tegen anderen die vakantiewoningen in strijd met het bestemmingsplan permanent bewonen. Dat de bewoner de dwangsom niet kan betalen leidt er volgens de Voorzieningenrechter niet toe dat hij de vakantiewoning mag blijven bewonen.

Ondanks de hiervoor genoemde overwegingen ziet de Voorzieningenrechter toch aanleiding om het dwangsombesluit te schorsen. De Voorzieningenrechter vindt dat door de coronacrisis en de afgekondigde maatregelen van de bewoner niet gevergd kan worden dat hij binnen korte termijn verhuist naar een andere woning. Dat er nog geen sprake was van de coronacrisis toen het dwangsombesluit genomen werd maakt dit niet anders. Van de bewoner kan redelijkerwijs niet gevergd worden dat hij de vakantiewoning spoorslags moet verlaten om het verbeuren van dwangsommen en daarmee een hoge schuldenlast te voorkomen.

Het dwangsombesluit wordt door de Voorzieningenrechter geschorst tot 1 juli 2020. Daarmee wordt de begunstigingstermijn voor het beëindigen van de overtreding verlengd.

Conclusie

Het lijkt erop dat de gemeentebesturen in deze onzekere tijd van de coronacrisis een langere begunstigingstermijn moeten bieden waarbinnen een einde gemaakt moet worden aan een overtreding.

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen, neem dan contact op met:

Marcel Smets