Zeker in deze onzekere (Corona)tijden is het prettig om er als ondernemer “zeker” van te zijn dat je betaald krijgt voor de diensten welke je levert. Indien er sprake is van periodieke verplichtingen tussen een leverancier (begunstigde) en een afnemer (debiteur), wordt vaak overeengekomen, dat betaling zal plaatsvinden door middel van “automatische incasso”. Automatische incasso heeft het belangrijke voordeel boven een normale girale betaling, dat de leverancier zelf invloed kan uitoefenen op het moment waarop de betaling plaatsvindt. Een automatische incasso lijkt u als leverancier op het eerste oog een zekerheid op betaling te verschaffen, toch is dat in sommige gevallen een schijnzekerheid.

Bij automatische incasso wordt door de afnemer toestemming (machtiging) gegeven, om eenmalig of periodiek een geldbedrag van zijn bankrekening af te schrijven. De afnemer hoeft, nadat hij de machtiging heeft gegeven, niets meer te doen. De leverancier geeft opdracht voor de incasso. In veruit de meeste gevallen wordt de betaling voltooid en de transactie afgerond, maar het gaat niet altijd goed. Er kan namelijk een stornering plaatsvinden. Dit terugboekingsrecht of storneringsrecht bij automatische incasso, kan zijn opgenomen in het contract (derhalve in de contractuele afspraken tussen de rekeninghouder en de bank) of op grond van de wet. In geval van stornering, leidt dat tot boekhoudkundige correcties. De stornering is een administratieve ongedaan making. De daaruit voortvloeiende debiteringen / crediteringen leiden niet tot het ontstaan van verbintenissen en er is geen sprake van verrekening.

Een girale betaling die nog kan worden gestorneerd (zoals dat veelal het geval is bij een automatische incasso) moet worden gezien als een betaling van de afnemer aan de leverancier onder de ontbindende voorwaarde van stornering. De leverancier verkrijgt een voorwaardelijke vordering op de bank van de afnemer welke voorwaardelijke vordering van rechtswege vervalt na vervulling van de voorwaarde. De bank behoeft de stornering enkel boekhoudkundig (administratief) te verwerken. Indien er een stornering plaats vindt, vindt er geen betaling plaats. Consumenten hebben altijd recht op terugboeking binnen 56 dagen. Van volledige zekerheid op betaling is bij automatische incasso dus geen sprake.

Ook in het geval de leverancier te maken krijgt met een faillissement van de afnemer kunnen problemen ontstaan.

Een faillissement werkt op grond van art. 23 Fw. (fixatiebeginsel) terug tot 0.00 uur ’s-nachts. Door de faillietverklaring verliest de schuldenaar (in dit geval de afnemer) van rechtswege (en dus met terugwerkende kracht) de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorend vermogen.

Een “normale” uitgaande girale betaling vindt plaats ten laste van de bankrekening van de (gefailleerde) afnemer. Het tijdstip waarop de bankrekening van de leverancier wordt gecrediteerd is beslissend voor de voltooiing van de girale betaling. Pas op het moment van creditering is de girale betaling “voltooid”. Indien dat gebeurt in het zicht van het faillissement dan kan de curator een dergelijke betaling in sommige gevallen terugvorderen op grond van de pauliana. Indien de girale betaling wordt voltooid nà de uitspraak van het faillissement kan de curator het bedrag steeds terugvorderen van de begunstigde. Er is immers vermogen aan de boedel onttrokken en dat moet terug ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Uit een arrest van de Hoge Raad (JPR/Gunning q.q.) blijkt dat het daarbij niet uitmaakt of bij dezelfde bank wordt gebankierd. Het enige feit dat van belang is, is of de creditering heeft plaatsgevonden op een moment dat degene die betaling deed toen al was gefailleerd. De curator zal zich ook kunnen richten op de bank, want de bank wordt in dit soort gevallen slechts beperkt beschermd. De bank kan (enkel) bevrijd zijn t.o.v. de boedel als de betaalopdracht is verstrekt vóór de faillietverklaring en de voltooiing heeft plaatsgevonden na de faillietverklaring, maar de bank niet op de hoogte was van de faillietverklaring. In dat geval kan de curator het bedrag niet terughalen bij de bank en zal hij zijn pijlen kunnen richten op de ontvanger van de betaling.

Indien een afnemer kort vóór zijn faillissement een betaling aan u heeft verricht middels een automatische incasso, brengt dat nog extra risico’s met zich mee.

Zoals aangegeven kan er bij een automatische girale betaling een recht zijn op terugboeking. Het storneringsrecht geldt ook in geval van faillissement; de bank kan het tegenwerpen aan de boedel. De bank heeft een eigen recht om te storneren en kan zo voorkomen dat nog betalingen worden uitgevoerd en de bankrekening van de gefailleerde dieper in het rood komt te staan. De bank mag dat recht te eigen bate uitoefenen en mag haar eigen belang behartigen. Het storneringsrecht komt ook toe aan de schuldenaar en na zijn faillissement zal de oplettende curator dat recht (kunnen) uitoefenen. Indien de curator een beroep doet op het storneringsrecht zult u alsnog achter het spreekwoordelijke net vissen en kunt u enkel aanspraak maken op een concurrente vordering in het faillissement.

Het is gezien het vorenstaande voor een leverancier van belang om heldere betalingsafspraken met zijn afnemers te maken om zo misverstanden te voorkomen.   

Wilt u meer informatie over dit onderwerp of heeft u andere vragen, neem dan contact op met:

Martijn Versantvoort