De aanhoudende coronacrisis heeft vooralsnog niet tot gevolg dat er meer faillissementen worden uitgesproken, integendeel. Het aantal uitgesproken faillissementen is in ruim 20 jaar niet zo laag geweest. Dat heeft waarschijnlijk voor een groot deel te maken met de steunmaatregelen van de overheid. Ook schuldeisers en rechters lijken echter terughoudend te zijn met het aanvragen en respectievelijk uitspreken van faillissementen. Als recent voorbeeld kan worden genoemd de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam waarbij een faillissementsaanvraag werd afgewezen nadat de schuldenaar een coronaverweer had gevoerd.

Coronaverweer

De rechtbank overweegt als volgt.

De reden voor het nog niet volledig voldoen van de openstaande vorderingen ligt, naar gerekestreerde heeft gesteld, in de terugval in inkomsten vanwege de coronamaatregelen en de daarmee gepaard gaande beperkingen voor het verrichten van werkzaamheden door gerekestreerde. Dit komt de rechtbank niet onaannemelijk voor. Onder deze omstandigheden, die niet aan gerekestreerde kunnen worden toegerekend, mag van verzoeksters verwacht worden dat zij een betalingsregeling zullen treffen, dan wel met een dergelijk voorstel tot het treffen zullen instemmen, die passend is bij de huidige economische situatie.

Ter zitting is gebleken dat [gerekestreerde] niet alleen een – naar het oordeel van de rechtbank reële – betalingsregeling heeft voorgesteld, maar dat hij hiermee bovendien reeds een betekenisvolle aanvang heeft gemaakt door de afgelopen twee maanden steeds € 1.000,- af te lossen. Het is dan ook redelijk te veronderstellen dat hij ook de komende maanden in staat zal blijken dit bedrag te blijven voldoen. In dit licht kan niet worden gesproken van de toestand van te hebben opgehouden te betalen.

Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV

Inmiddels is op 4 september jl. een wetsvoorstel ingediend dat het mogelijk maakt voor een ondernemer om de rechtbank te verzoeken een jegens hem ingediend faillissementsverzoek aan te houden voor de duur van ten hoogste 2 maanden. Deze termijn kan ten hoogste tweemaal worden verlengd met telkens een termijn van ten hoogste twee maanden. De rechtbank wijst het verzoek toe als kort gezegd voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • de schuldenaar kan tijdelijk niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoen vanwege een gebrek aan liquide middelen;
  • deze liquiditeitsnood is hoofdzakelijk of uitsluitend ontstaan doordat hij vanwege de uitbraak van het coronavirus of de beperkende maatregelen die de overheid in verband daarmee sinds 16 maart 2020 heeft afgekondigs, zijn bedrijfsvoering niet (volledig) heeft kunnen voortzetten;
  • voor de uitbraak van het coronavirus of de afkondiging van de beperkende maatregelen was er geen sprake van financiële problemen;
  • het bedrijf heeft verdiencapaciteit en toekomstperspectief, en
  • de schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend of een verhaalsactie heeft ingesteld, wordt met de aanhouding of schorsing niet wezenlijk en onredelijk in zijn belangen geschaad.

Als het verzoek wordt toegewezen, heeft dit tot gevolg dat de ondernemer een uitstel van betaling krijgt jegens de schuldeiser die het faillissementsverzoek heeft ingediend. Bovendien geldt dat, zolang de aanhouding voortduurt, de enkele omstandigheid dat de schuldenaar vóór de aanhouding een betalingsverplichting jegens die schuldeiser niet is nagekomen, voor de schuldeiser geen grond is voor wijziging, opschorting of beëindiging van zijn overeenkomst met de schuldenaar.

Op verzoek van de schuldenaar kan de rechtbank eveneens bepalen dat de schuldeiser zijn bevoegdheid tot verhaal op goederen die tot het vermogen van de schuldenaar behoren, tijdens de aanhouding niet kan uitoefenen zonder machtiging van de rechtbank. Ook kan de rechtbank bepalen dat beslagen die gedurende die termijn worden gelegd, worden opgeheven.

Deze regeling is (vooralsnog) niet van toepassing op de Belastingdienst. De wetgever is van mening dat de reguliere belastingwetgeving en het specifieke pakket aan belastingmaatregelen ondernemers al voldoende lucht bieden in de nakoming van hun belastingverplichtingen.

De regeling zou binnenkort (met terugwerkende kracht) in werking moeten treden en zal in ieder geval gelden tot 1 februari 2021. Dit tijdstip kan echter steeds met ten hoogste twee maanden worden verlengd.

Vragen over faillissement of herstructurering? Neem dan contact met ons op.

Maarten Blommaert